Bij diefstal of schade kijken we eerst of je spullen kunnen worden gerepareerd. Is dat mogelijk? Dan vergoeden we de reparatiekosten, zolang deze lager zijn dan de dagwaarde van je spullen. Zijn de reparatiekosten hoger dan de dagwaarde? Dan ontvang je de dagwaarde.
Kunnen je spullen niet worden gerepareerd? Dan vergoeden we de dagwaarde of de nieuwwaarde. Welke vergoeding je krijgt, hangt af van de leeftijd van je spullen, waar de schade is ontstaan en het eigen risico dat je hebt.
- Zijn je spullen vlak voor de schade of diefstal meer waard dan 40% van de nieuwwaarde? Dan vergoeden we de nieuwwaarde.
- Zijn ze minder waard dan 40% van de nieuwwaarde? Dan ontvang je de dagwaarde.
- Zijn je spullen niets meer waard? Dan vergoeden we 10% van de nieuwwaarde.
Houd er rekening mee dat bij schade door bijvoorbeeld vallen of (om)stoten een eigen risico van € 100 geldt.
Voor kunst, antiek en verzamelingen bepalen we de waarde op het moment van de schade. Omdat deze spullen sterk in waarde kunnen veranderen, schakelen we hiervoor meestal een expert in.
Voor het bepalen van de dagwaarde gebruiken we afschrijvingspercentages. Daarbij kijken we naar de verwachte levensduur van je spullen bij normaal gebruik. Zo schrijven we bijvoorbeeld een laptop met een aankoopprijs tot € 1.200 gemiddeld in 4 jaar af. Dat betekent een afschrijving van 25% per jaar. Voor een duurdere laptop of een MacBook geldt een afschrijving van 16,6% per jaar.
In de afschrijvingslijst zie je per product hoeveel jaar we afschrijven en welk afschrijvingspercentage daarbij hoort. Soms wijken we hiervan af. Bijvoorbeeld als je spullen aantoonbaar beter zijn onderhouden dan gemiddeld, of juist meer zijn versleten.