Toen de ontwikkelplannen voor de Rotterdamse woontoren SAWA vorm kregen, was al snel duidelijk: dit wordt geen standaard hoogbouw. Het bouwconcept voorzag in een 50 meter hoge woontoren, grotendeels opgebouwd uit hout en circulair vormgegeven. Dat trok niet alleen de aandacht van architectuurliefhebbers, maar ook van risicobeheerders. Want wat komt er allemaal kijken bij het verzekeren van zo’n bouwproject dat afwijkt van wat gangbaar is?
De toren is gebouwd in CLT (cross laminated timber of: kruislaaghout) en versterkt met een betonnen kern. Bouwer en ontwikkelaar ERA Contour realiseerde zich al vroeg dat de bouw niet onder de standaard CAR-verzekering zou vallen. “Prachtig dat we hier een woongebouw wilden neerzetten dat CO2 reduceert en zoveel mogelijk circulair is. Maar met al dat hout krijg je wel te maken met andere verzekeringsvoorwaarden. Brand- en waterrisico’s waren hier de grootste hobbels”, legt Jeroen Gruter uit. Hij is Corporate Insurance Manager bij TBI, moederbedrijf van ERA Contour.
Broking Director Hans Haver van Aon werd er daarom al in de ontwerpfase bij betrokken. “Voor dit hybride concept bestaat nauwelijks regelgeving”, vertelt hij. “ Het Bouwbesluit is leidend, maar wringt bij zoiets nieuws.” “Daarom is kennisdeling met verzekeraars cruciaal”, vult Jeroen aan. “De vooruitgang in bouwtechniek en materialen gaat razendsnel, terwijl schadecijfers beperkt en lastig te duiden zijn. Verzekeraars missen vaak ervaring met nieuwe technieken. Door kennis te delen, voorkom je dat acceptatie rust op aannames.”
De kennisdeling kreeg bij SAWA onder meer vorm via een schaalmodel dat ERA Contour liet bouwen. Dit leidde tot een helder risicoprofiel van de bouw. Daarna stelde Hans een verzekeringsvoorstel op. Daar hoorden ook preventiemaatregelen bij, zoals een mobiele brandmeldinstallatie en camerabeveiliging op de bouwplaats en blusaansluitingen per nieuwe bouwlaag. Vervolgens presenteerde hij tijdens een locatiebezoek het voorstel aan een panel van verzekeraars. “Zo kregen ze direct zicht op de aard en omvang van de risico’s in dit unieke bouwproject.” Hoewel niet alle verzekeraars instapten (“ik hoorde dat sommigen daar later toch spijt van hadden”, aldus Hans) wist hij de dekking volledig te realiseren. “100%, met Avéro Achmea als leidend verzekeraar.”
Die keuze was niet toevallig: Avéro Achmea heeft ruime ervaring met de bouwsector én met ERA Contour, onder meer door de doorlopende CAR-verzekering van TBI. In de coassurantie voor SAWA nam ze de technische afstemming op zich. “Heel waardevol”, vindt Hans. “De risico’s van brand en waterschade mogen niet onderschat worden. Het is essentieel dat bouwers en verzekeraars hier vanaf het allereerste begin scherp op letten, nog vóór de eerste paal de grond in gaat.”
Jeroen: “Avéro Achmea is daarin al behoorlijk ver. Een belangrijke uitdaging voor de hele verzekeringsmarkt is de verdeling van risico’s die specifiek van doen hebben met het toepassen van massieve houtbouw. Tijdens de bouw liggen die bij de aannemer. Na oplevering bij de nieuwe gebouweigenaar of VVE. De risk engineers van Avéro Achmea kijken vooral naar de technische kant van een opgeleverd gebouw. Hun kennis is erg belangrijk in het acceptatieproces van underwriters. Die kunnen op basis daarvan bepalen of en hoe een bouwproject verzekerd kan worden via een CAR-verzekering. Dat helpt enorm bij projecten zoals SAWA. Je kunt daarbij immers nog niet of slechts minimaal terugvallen op schadehistorie en standaard modellen voor massieve houtbouwgerelateerde risico’s.”
SAWA laat volgens Jeroen zien dat coassurantie zich goed kan aanpassen aan nieuwe uitdagingen zoals de klimaatverandering. “Zolang je maar vanaf het begin samen optrekt. Wij als ontwikkelaars en bouwers willen vooruit, met de juiste dekking, met kennis die we met elkaar uitwisselen en met oog voor de risico’s die bij innovatie horen. Als we duurzaam willen bouwen, moeten we het samen doen. Vanaf de boom tot de eerste schets en het laatste bouwdetail.”