Voordat u begint:
• Bedenk goed of het lassen of slijpen echt nodig is. Kunnen de materialen bijvoorbeeld ook met schroeven verbonden worden?
• Voer het werk bij voorkeur buiten de bedrijfsgebouwen uit, op minimaal 10 meter afstand van het gebouw.
• Scherm de werkplek af met schotten (mobiel lasscherm).
• Bekijk de werkomgeving goed. Liggen er materialen, goederen of stoffen die brandbaar, ontvlambaar of explosief zijn? Bijvoorbeeld vaten met brandstof, hooi, strooisel, een olie-lap of isolatiematerialen in de dakconstructie. Haal deze weg of scherm ze af met onbrandbare materialen.
• Ventileer mestkelders goed en dek roosters rondom de werkplek af.
• Werkt u toch binnen? Ventileer je werkruimte dan goed. De beste oplossing is om las- of slijpdampen direct naar buiten af te zuigen.
• Zorg voor voldoende aanvoer van verse buitenlucht.
• Houd een brandblusser, brandslang of emmer zand bij de hand. Gebruik bij voorkeur een sproeischuimblusser van 9 liter.
• Houd een mobiele telefoon binnen handbereik zodat er snel hulp ingeschakeld kan worden.
Draag beschermende kleding en een veiligheidsbril.
Blijf tijdens uw werk uw omgeving controleren.
Controleer de werkomgeving goed na het las- of slijpwerk.
Smeulende resten kunnen achteraf alsnog brand veroorzaken. Blijf de werkplek het 1e uur na het lassen of slijpen goed in de gaten houden. Kijk 2 uur na de las- of slijpwerkzaamheden nog een keer of er geen smeulende resten zijn achtergebleven.
Heeft u vragen?
Neem contact op met uw verzekeringsadviseur. Hij of zij kan een risicodeskundige of technisch specialist van Avéro Achmea inschakelen.